De meeteenheid die bekend staat als voet is aanwezig in het dagelijks leven van de Amerikanen, maar het verrassende is dat het niet gebaseerd is op de voet van een persoon. Een voet, volgens de huidige maat, is gelijk aan 30,48 centimeter, wat overeenkomt met de maat van een schoen 47. Deze conversie werd echter vastgesteld in 1959 door een internationale overeenkomst tussen zes Engelssprekende landen, zonder dat het gebaseerd was op een echte voet.
De geschiedenis van het imperiale systeem begint met het Britse Rijk, dat het in 1824 in zijn gebieden invoerde. Hoewel veel ex-koloniale landen, zoals Zuid-Afrika en Australië, het metrische systeem hebben aangenomen, gebruiken sommige, zoals de Verenigde Staten, Myanmar en Liberia, nog steeds het imperiale systeem in het dagelijks leven. Interessant is dat de Amerikaanse overheid het gebruik van het metrische systeem sinds 1886 toestaat, maar de bevolking zich nooit volledig heeft aangepast.
Cultureel erfgoed en curiositeiten van de maten
De namen van maten zoals voeten, duimen en jarden zijn een cultureel erfgoed van vroegere beschavingen die lichaamsdelen als referentie gebruikten. Bijvoorbeeld, de Egyptenaren gebruikten de vingerkootjes voor kleine metingen, wat heeft doorgezet in de duim, die gelijk is aan 2,54 centimeter.
Een interessante anekdote vertelt dat koning Hendrik I van Engeland in de 12e eeuw zou hebben gesuggereerd dat verkopers hun eigen voet gebruikten om prijzen te berekenen, een maat die, als deze heeft bestaan, tot hilarische verwarringen zou hebben geleid. Er is echter geen bewijs dat dit daadwerkelijk is geïmplementeerd. Wat wel waar is, is dat Hendrik zijn arm gebruikte om de maat van de jard vast te stellen, die gelijk is aan drie voeten, maar die middeleeuwse standaarden zijn heel anders dan de voeten die we vandaag de dag kennen.
